Het
is weer lente, dus is het vogeltijd!
In
het voorjaar wordt het meldnummer van de Dierenbescherming Afdeling
Bodegraven veelvuldig gebeld over jonge vogels.
Deze zijn of uit het nest
gevallen of door de kat gepakt. In beide gevallen kunnen wij vaak niet
veel meer doen, dan de melder zelf. Het gaat in de regel meestal om
merels, lijsters of mussen, maar hongerige koolmeesjes - zoals op de foto
- vallen ook wel eens uit hun nest.
Wat kunt U doen als u een vogeltje of vogelnest vindt ?
4 tips voor hoe te handelen
bij het vinden van een vogel:
-
Bepaal
eerst, voor dat u het dier oppakt, of de vogel hulp nodig heeft.
Onnodig "redden" moet voorkomen worden.
Wanneer ingrijpen niet nodig is, laat het dier dan ook verder met rust!
Is
een jonge vogel uit het nest gevallen, zoek dan eerst het nest op en zet
de vogel - als dat mogelijk is - er zo dicht mogelijk bij. Kunt u het
nest niet vinden, probeer dan te luisteren - op grote afstand van het jong
- of u de ouders hoort roepen en zet het jong dan in de buurt op een hoge
plek bijvoorbeeld op een schuurtje, boomtak of iets dergelijks. De ouders
blijven altijd in de buurt en laten het jong niet zomaar achter.
-
Als de vogel hulp nodig
heeft, plaats deze dan in een niet te grote doos.
Pak het dier eventueel op met een doek.
Op de bodem van
de doos legt u wat kranten of oude lappen en voorzie het deksel van
enkele luchtgaten voor voldoende ventilatie. Wees voorzichtig met
roofvogels zoals reigers, zij hebben scherpe snavels en klauwen, en zijn
ook wanneer ze ziek zijn soms nog razendsnel. Noteer meteen even de
vindplaats.
-
Zet de doos op een rustige
en niet te warme of te koude plaats.
Plaats de doos
bij voorkeur buiten in de schaduw (mits het niet vriest). Rust is
belangrijk, veel vogels ondervinden stress van de aandacht van mensen,
ze raken dan in shock en sterven!
-
Geef de vogel geen eten of
drinken.
Vooral brood is schadelijk voor de meeste vogels, met name als ze niet
in orde zijn. Voor jonge vogels is brood zelfs dodelijk, zij kunnen dit
voedsel niet verteren. Melk is voor alle vogels dodelijk, zij krijgen er
darmontstekingen en diarree van. Druppel ook geen water in of langs de
snavel, veel vogels verslikken zich gemakkelijk en kunnen daardoor een
dodelijke longontsteking oplopen.
Wanneer
kunt u beter een vogel laten zitten waar deze zit?
Aan de hand van een aantal voorbeelden proberen we u hierover
duidelijkheid te verschaffen. In de volgende gevallen hoeven de vogels
meestal niet door ons opgehaald te worden:
-
Jonge
merels: jonge merels verlaten het nest als
ze nog niet vliegvaardig zijn. Omdat ze de vliegkunst niet goed
beheersen, verstoppen ze zich op de grond. De ouders blijven ze in die
periode voeren. Mocht u jonge bevederde merels op een open plek vinden,
dan kunt u hen het beste naar een beschutte plek in de buurt brengen. De
ouders vinden hen terug en ze zijn niet meer voor de poes.
-
Een
ouder gezinnen: er zijn vogelfamilies, waarbij één
van de ouders is verdwenen. Bijvoorbeeld bij mezen is de overgebleven
ouder bijna altijd in staat al het benodigde voer voor de jongen aan te
slepen. De jongen hebben bij hem of haar dan ook zeker meer kans op
overleven dan wanneer u ingrijpt. Probeer ook niet te helpen door
voedsel neer te leggen. Er is dan een grote kans op 'snacken', bovendien
trekt het voer ook rovers aan.
-
Jonge
uiltjes: takkelingen zijn jonge uiltjes.
Ook jonge uiltjes verlaten het nest voordat ze goed en wel kunnen
vliegen. Ze zitten in de omgeving van het nest of broedhol op de takken
en worden om die reden takkelingen genoemd. Af en toe valt een
uilskuiken tijdens zo'n uitstapje een takje te veel naar beneden. Indien
ze op de grond belanden, klauteren ze vrolijk weer naar boven of blijven
tijdelijk op hun aardse plek zitten. De ouderdieren weten hen feilloos
te vinden, doordat de takkelingen met hun geroep bedelen om eten. Dit
voeren gebeurt bij uilen natuurlijk 's nachts. Jonge uilen op de grond
zijn geen vondelingen en deze kunt u met een gerust hart 'alleen' achter
laten.
Wanneer
kunt u beter het meldnummer 611377 bellen?
Ook hier proberen we u aan de hand van een aantal voorbeelden hierover
duidelijkheid te verschaffen. In de volgende situaties altijd bellen:
-
Jonge
vogeltjes die duidelijk gewond zijn. In dit geval meteen ons meldnummer
bellen 611377. Jonge vogels moeten namelijk van 's ochtends vroeg tot 's
avonds laat om het kwartier à half uur eten krijgen. Dus hoe eerder ze
in de opvang zijn, des te minder de vondelingen verzwakken en hoe groter
de overlevingskans is.
-
Een
nest met jonge vogels, dat op de grond is gevallen. Bijvoorbeeld na een zware storm of
door het kappen van een boom. Dit laatste is trouwens in de broedtijd
verboden op grond van artikel 12 Flora- en faunawet, evenals het snoeien
van struiken en hagen!
-
Als het
gaat om achtergebleven eendenkuikens, wanneer de moedereend dood is.
-
Als een jong of een van de ouders is gepakt door een kat?
Als er maar
een klein wondje is, ga dan zo snel mogelijk even met de vogel naar een
dierenarts. Een vogel gaat niet dood door het wondje, maar wél aan de
infectie, die onvermijdelijk volgt. Op kattentanden en -klauwtjes zitten
altijd bacteriën, die een infectie veroorzaken. Als de vogel snel
antibiotica krijgt, heeft deze nog een kleine kans te overleven, anders
duurt het slechts een paar dagen voordat de infectie in de bloedbaan komt
en de vogel sterft. Verlies dus geen tijd, maar ga rechtstreeks met de
vogel naar de dierenarts.

Tot slot nog een welgemeend advies:
Neem
nooit een jonge vogel die uit het nest gevallen is, hoe zielig deze ook
is, in een doosje in huis. Als vogels in huis worden gehaald, gaan zij
altijd dood. Dat is onze jarenlange ervaring. Bij duiven, roofvogels,
watervogels en andere grotere vogels kunnen de mensen het beste onze hulp
inroepen via ons meldnummer 0172 - 611377.
|