Home  Missie  Kerntaken  Activiteiten  Vermist  Gevonden  Terug bij eigenaar  Steun ons  Tips en informatie
Actueel Nieuws  Interne Linken  Externe Linken  Kinderverhalen  Kinderliedjes  Het Fotoalbum  E-mail ons
 
 
Tips en Informatie
Dierenbescherming Afdeling Bodegraven

 

Dierverzorging in de zomer
De zomer is alweer in volle gang. De 'doorgewinterde' (afdelings)inspecteur weet, dat de komende tijd regelmatig melding wordt gedaan over dieren die in de blakende zon staan. Vooral het gebrek aan drinkwater en schaduw is een veel gehoorde klacht in deze periode. De navolgende informatie geeft een indicatie hoe te handelen in voorkomende gevallen. Maar vertrouwt u het niet, bel dan 0172 - 611377. Beter 9 keer voor niets gebeld, dan 1 keer te laat!

Zomertips voor uw dier

In de zomer kan het nog wel eens flink warm worden, ook voor uw huisdier. Veel van onze huisdieren kunnen daar niet zo goed tegen. Ze hebben bijvoorbeeld geen zweetklieren waarmee ze hun lichaam kunnen koelen zoals wij. Oververhitting kan gevaarlijk en zelfs dodelijk zijn voor uw huisdier. Houd er daarom rekening mee en neem maatregelen als het buiten warm is.

Hoe merkt u of een dier het te warm heeft?

Bij oververhitting zijn de slijmvliezen rood, het dier voelt heet aan, ademt snel, wil vaak niet eten en is lusteloos. Honden kunnen gaan braken. Vogels zitten vaak met veren gespreid en snavel open. Merkt u dat uw dier het te warm heeft, help hem dan om af te koelen. Honden, katten, konijnen en knaagdieren kunt u nat maken met koel water. Maak vooral kop, oren, hals en poten nat. Gebruik geen ijskoud water, daardoor trekken de bloedvaten samen waardoor het nog lastiger wordt om de lichaamswarmte af te geven. Breng het dier naar een plek in de schaduw of in een koel vertrek om bij te komen. Zorg voor vers drinkwater, maar ook hier geldt: geen ijskoud water, en geen liters achter elkaar, dit geeft maagproblemen.

Is de oververhitting nog erger dan kan uw dier een hitteshock krijgen. Dit herkent u aan bleke slijmvliezen, snelle hartslag en ademhaling, koude lichaamsuiteinden (oren, neus, staart), niet of nauwelijks reageren op prikkels. Dit is een noodgeval, u moet direct de dierenarts bellen en beginnen met koelen!

Honden

Honden kunnen hun warmte alleen kwijt door te hijgen. Behalve in hun voetzooltjes hebben ze nergens zweetklieren. Ze hebben het dan ook snel warm. Zorg er voor dat uw hond bij warm weer een plek in de schaduw heeft. Laat hem nooit achter in een auto of in een warme tent of caravan. Zorg natuurlijk voor voldoende vers drinkwater. Als uw hond van zwemmen houdt dan is dat een prima manier om af te koelen. Er zijn voor honden ook speciale koelteproducten te krijgen, zoals een koeltematje of koelte-halsband. Deze zijn gevuld met een materiaal dat koud water op kan nemen en de koelte lang vast kanhouden. Erg handig voor bijvoorbeeld een autoritje of voor warmtegevoelige rassen zoals kortneuzige honden (zoals bijvoorbeeld bulldoggen). Let wel op dat de hond niet op het materiaal kan kauwen, dus alleen onder toezicht gebruiken! Honden liggen bij warm weer ook graag op koele plekken, geef ze die gelegenheid. Let bij honden met een dunne vacht ook op verbranding en smeer dun behaarde plekken eventueel in met zonnebrandcreme. Maak geen lange wandelingen in de hitte maar plan deze aan het begin of eind van de dag. Ga zeker niet met uw hond fietsen in de zon!

Honden raken hun warmte moeilijk kwijt. Zij transpireren nauwelijks. Zij kunnen alleen transpireren via hun voetkussens. De overige warmte verliest een hond via zijn tong door te hijgen. Het bloed dat in de tong stroomt, wordt door het hijgen afgekoeld. De voetzolen van een hond zijn bij warm weer altijd vochtig. Als een hond hiermee over een warm wegdek loopt, kunnen forse blaren ontstaan die zeer pijnlijk zijn en dagenlang kunnen aanhouden.

De auto als broeikas

Zelfs als de auto in de schaduw staat en de ramen enigszins geopend zijn, wordt het binnen al gauw ondraaglijk warm en benauwd. Staat de auto in de volle zon, dan is het helemaal snel gebeurd: de temperatuur kan oplopen tot 50 à 60 graden Celsius. De hond zit dan opgesloten in een broeikas. Hijgen is onvoldoende om af te koelen en al snel zal de lichaamstemperatuur stijgen tot een gevaarlijke hoogte. Het bloed wordt dik en stroperig, waardoor het onvoldoende kan worden rondgepompt. Al snel leidt dat tot een onomkeerbaar coma met de dood als gevolg. Als tijdig wordt ingegrepen kan een hond het overleven, hoewel het gevaar dan bestaat dat hij schade aan hersenen of nieren heeft opgelopen. Het is dus niet het gebrek aan zuurstof wat de hond fataal wordt, maar het oplopen van de lichaamstemperatuur tot boven 40 graden Celsius, waardoor het bloed dik en stroperig wordt.

Net als bij de mens het geval is, heeft de oudere hond meer te lijden van warmte dan zijn jongere soortgenoten. Laat bij hitte een hond nooit langs de fiets meelopen of mee rennen. De gevolgen kunnen catastrofaal zijn.

Wanneer Eerste Hulp?

Wanneer u een hond aantreft die ten gevolge van hitte versuft of bewusteloos is, moet u hem zo snel mogelijk zien af te koelen. Verplaats hem naar een koele plek en giet (niet te snel!) koud water over hem heen, of bedek hem met een natte doek (niet te lang, hierdoor kan de hond weer onderkoeld raken!). Laat de hond hierna altijd controleren door een dierenarts.

 

Katten

Katten zoeken vaak zelf een koel plekje als ze het te warm krijgen. Zorg ervoor dat uw kat schaduw heeft of naar binnen kan. Als de kat niet zelf kan kiezen, bijvoorbeeld als u hem in een warme auto moet vervoeren, dan moet u wel oppassen voor oververhitting.

 

 

Konijnen

Konijnen kunnen ook slecht tegen de warmte. Ze zijn van nature gewend om in een koel hol onder de grond te kunnen zitten. Al vanaf een graad of 24 krijgen zij het moeilijk. Zorg er dus altijd voor dat uw konijnenhok niet in de zon staat. U kunt zelf ‘koelelementen'maken voor uw konijn door plastic flessen voor twee derde met water te vullen en in de vriezer te leggen (geen glazen fles gebruiken, deze kan barsten!). Als u deze bij het konijn legt, eventueel gewikkeld in een oude theedoek zodat het konijn zijn neus niet kan ‘branden' aan de ijskoude fles, kan het konijn er tegenaan of in de buurt gaan liggen. Pas wel op dat het konijn er niet aan knaagt. Ook een stoeptegel die in de vriezer of koelkast heeft gelegen is lekker voor het konijn om bovenop te gaan liggen. Om een buitenhok te koelen kunt u er een nat wit laken overheen leggen. Door de verdamping onttrekt dit wat warmte aan het hok.

Knaagdieren

Ook knaagdieren zoals cavia's, hamsters of ratten kunnen het flink warm krijgen. Help hen afkoelen met behulp van bevroren waterflessen of koude stenen. Heeft u een plastic bodembak, dan kunt u eventueel onder het hok (dus aan de buitenkant!) diepvrieselementen leggen. Natuurlijk zet u het hok nooit in de zon!

Vogels

Vogelkooien mogen ook niet in de zon staan. Vogels die het lekker vinden om te badderen geeft u regelmatig vers water. Houd er rekening mee dat warmte opstijgt. Heeft u een vogelkooi hangen, dan kunt u deze bij erg warm weer wellicht beter op de grond zetten. Pas dan wel op met tocht en uiteraard moet de kooi veilig staan voor honden, katten of kleine kinderen! Heeft u een buitenvoliere of een kippenhok, zorg ook dan voor schaduw met behulp van een parasol of een wit, eventueel nat gemaakt laken.

Terrarium en aquarium

Een terrarium of aquarium is meestal warmer dan de omgevingstemperatuur. Het zal hier niet zo snel te warm worden, maar blijf wel controleren en zorg ervoor dat er geen directe zon op de bak schijnt.

Hobbydieren

Geiten, schapen, paarden en andere buiten lopende dieren hebben ook graag schaduwplekken. Zorg in elk geval altijd voor vers drinkwater. Schapen het liefst scheren (dit is niet bij wet verplicht!). Ga met een paard niet op het heetst van de dag rijden of trainen.

Paarden en pony's
In principe is een paard een dier dat uitstekend enorme temperatuurverschillen kan hebben: van -20 graden tot ongeveer + 40 graden is er geen enkel probleem. Dat kan omdat een paard heel goed kan zweten en daarmee over het gehele lichaam water kan verdampen, of de huid bijna geheel kan afsluiten van de circulatie, zodat er nauwelijks warmte verloren gaat.

Ook kan een paard heel snel leren om op bepaalde momenten goed te drinken, bijvoorbeeld als het een paar keer per dag water krijgt aangeboden uit een emmer. Het dier moet dit wel echt aangeleerd hebben. Als het plots ineens erg warm wordt, zeker als de luchtvochtigheid hoog is, zoals in de Nederlandse zomers bij temperaturen van boven de 25 graden, dan moet het paard enorme hoeveelheden vocht kunnen verdampen om toch een goede lichaamstemperatuur te kunnen behouden. Wanneer een paard dit vocht moet betrekken uit een paar drinkbeurten omdat het geen beschikking heeft over een permanente drinkvoorraad, dan is de kans groot dat bij deze drinkbeurten te weinig water wordt opgenomen en kan het paard uitgedroogd raken of zelfs in hitteshock terechtkomen. Bij warm weer moet dus steeds vers drinkwater voorhanden zijn, zeker als een paard in de volle zon staat zonder beschutting. 

Het advies luidt: vers water moet voortdurend aanwezig zijn, zodanig dat het dier te allen tijde aan de behoefte aan vocht kan voldoen. Achterliggende informatie: De hoeveelheid vocht die paarden en pony's (zoogdieren in het algemeen) nodig hebben om alle in het lichaam noodzakelijke systemen (organen/orgaanstelsels) ongestoord aan de gang te houden, is van een aantal factoren afhankelijk:

  • de omgeving waarin het dier verblijft: temperatuur, luchtvochtigheidsgraad, wind, zonneschijn, etc.;
  • de mate van activiteit van het dier: staat het rustig te grazen, ligt het te rusten, is het aan het spelen, zoogt het, wordt er mee gereden, etc.;
  • de gezondheidstoestand/conditie van het dier: leeftijd en lichaamsgewicht spelen een belangrijke rol. Is het dier drachtig, herstellende van een ziekte/een ontsteking /een verwonding, etc.;
  • de vochtopname anders dan door drinken, het vochtgehalte van het opgenomen voer: hoe nat is het gras, hoe droog is het hooi, de brokken, etc. Alleen al om droog voer transportabel te maken, kan een paard tot 50 liter speeksel per dag aanmaken!
Een paard/pony heeft een relatief kleine maag (max. ca. 18 liter). Ten gevolge hiervan neemt het dier, als het daartoe in de gelegenheid wordt gesteld, verspreid over de gehele dag voortdurend kleine hoeveelheden voedsel op. Daarbij hoort, afhankelijk van het soort voedsel, ook voortdurend een bepaalde hoeveelheid vocht. Paarden krijgen onvoldoende vocht binnen middels het gewas dat zij eten. Drinkwater moet dus gegeven worden. Drinkwater is de eerste levensbehoefte van een paard. Men kan een paard dagenlang zonder voedsel houden, zolang het dier maar drinkwater heeft. In de natuur leggen paarden elke dag tientallen kilometers af om een beekje of drinkpoel te bereiken.

Schapen

Schapen kunnen goed tegen de hitte, ook als ze niet geschoren zijn. Scheren en direct naar buiten in het zonlicht is af te raden. Schapen kunnen namelijk verbranden. Ook bij deze dieren is een constante watervoorziening een vereiste.

Runderen

Als het in de zomer langere tijd warmer is dan 25 graden, dan kunnen koeien te maken krijgen met warmtestress. Door warmtestress vermindert de weerstand en neemt de gevoeligheid voor ziektes toe. Ten gevolge van het warme weer kan tegelijkertijd het aantal bacteriën in de omgeving oplopen. Dat leidt tot een vergrote kans op uierontsteking.

Door koeien overdag op te stallen en alleen 's nachts of in de avond en de ochtend te weiden kan warmtestress worden voorkomen. Op stal kunnen de koeien bijgevoerd worden. Bovendien kunnen ze daar voldoende drinkwater opnemen. Een hoogproductieve koe moet per dag 150 liter water kunnen drinken!

Voor runderen, vooral melkgevende runderen, is schaduw gewenst maar niet verplicht. Wel is het voor melkgevende runderen een vereiste dat ze permanent over water kunnen beschikken. Ook voor de andere runderen, vleesrassen, is water een zeer belangrijk item met hitte.

Knaagdieren en andere kleine zoogdieren

Konijnen, cavia's en andere kleine knaag- en zoogdieren die buiten worden gehouden, bijvoorbeeld in kinderboerderijen, dienen altijd de beschikking te hebben over drinkwater. Dieren die in een hok of kooi worden gehouden mogen niet in de volle zon geplaatst worden.

De zorg voor jonge konijntjes / haasjes.

In het voorjaar en in de zomer worden jonge wilde konijnen en hazen geboren. Moederkonijnen en –hazen doen erg hun best om hun jongen tegen roofdieren te beschermen. Mensen denken al heel snel dat moederkonijn of –haas het kroost heeft verlaten en ze nemen de zogenaamd achtergebleven jongen mee naar huis. De nobele daad blijkt echter een onnodige actie maar helaas is het kwaad dan al geschied. De jonge dieren kunnen niet meer worden terug gelegd en om de dieren nog enige overlevingskansen te bieden kunnen ze met hand worden groot gebracht: een intensieve en kostbare bezigheid. 

Vaak sterven de jonge dieren omdat ze te lang geen voeding of verkeerde voeding hebben gehad. Geef babykonijnen of -hazen geen gewone melk of puppy/kittenmelk, hooguit wat druivensuiker of een elektrolytenoplossing. Wees heel voorzichtig met de toediening via spuitjes. Ze verslikken zich heel snel waardoor er ernstige luchtwegproblemen kunnen ontstaan. Geef zeer jonge dieren extra warmte d.m.v. van warmtelamp of kruik. Neem daarna contact op met dé Konijnenstichting (rechtstreeks of via ons meldnummer 0172-611377) voor een opvang in de regio. Een ervaren opvang heeft de benodigde kennis en vaak al soortgenoten in opvang. 

Indien u een telefoontje krijgt over een nest tamme moederloze konijnen, kunt u het beste een zakje elektrolyten met een 1 ml spuitje adviseren voor de eerste 24 uur. Adviseer nooit drinkflesjes, ook al zijn deze speciaal ontwikkeld voor jonge dieren. Voor deze kleine diersoorten zijn ze absoluut ongeschikt: de juiste hoeveelheid melk is niet af te lezen en de dieren krijgen veel te veel voeding in een keer binnen. Verwijs voor de handleiding, de speentjes en melkpoeder door naar dé Konijnenstichting.  

Wilt u meer informatie over de melkformule of heeft u andere vragen? Twijfel dan niet en neem gerust contact met hen op! 

Ook de Stichting Eekhoornopvang in Bussum heeft speciale melk voor deze weesdiertjes. 

Het adres is

Stichting Eekhoornopvang Nederland,

beheerder Mevr. J. Veerman-Kleve

 

Postadres: Iepenlaan 8, 1406 PV Bussum

 

Internet: www.eekhoornopvang.nl

 

E-mail: info@eekhoornopvang.nl

 

Telefoon: 06-53209805

 

Gironummer: 343517

 

Ga ook naar de pagina Vogelverzorging voor tips over de verzorging van vogels

       
       

Niets op deze site mag gebruikt worden, zonder schriftelijke toestemming van de Dierenbescherming afdeling Bodegraven.

Bijgewerkt op zaterdag 03 juli 2010 22:25:31