Dieren
in de winterkou

Zodra het kouder wordt, nemen de meldingen over 'zielige,
koulijdende dieren' toe. Maar zijn dieren in de kou ook werkelijk zielig?
Of is het misschien juist zielig om ze binnen te houden? Bestaan er ook
regels? De antwoorden op deze en andere vragen vindt u hieronder.
Ga naar
de pagina
Vogels in de winter
voor de vogels.
SCHAPEN, RUNDEREN, PAARDEN EN PONY'S
Voer en drinkwater
In beginsel geldt voor bijna alle landbouwhuisdieren (schapen, runderen, paarden en pony's) dat ze prima bestand zijn tegen kou, mits ze voldoende
voer van goede kwaliteit krijgen (vers hooi, krachtvoerbrokken,
grasbrokken of gras/maisbrokken). Daarnaast hebben schapen, runderen, paarden
en pony's behoefte aan drinkwater (zeker als bijgevoerd wordt met voer van
droge stof, zoals brokken!). Bij vrieskou moet dit
minimaal één keer per dag vers aangevoerd worden.
Het is een misverstand dat vers drinkwater niet nodig zou zijn als er
sneeuw ligt. Een paard drinkt ongeveer 2% van zijn gewicht aan liters water per dag.
Dit betekent dat een paard van 500 kg minimaal 10 liter vers water per dag
moet drinken, hetgeen betekent dat dit paard 10 kilo sneeuw bij elkaar zou moeten
likken! Dit zal niet gebeuren, dus de verzorger moet er voor zorgen dat
dagelijks vers water voor het dier beschikbaar is.
Het is lastig vast te stellen of dieren wel dagelijks drinkwater
krijgen. Toch zijn er wel enkele hulpmiddelen: Indien er een emmer of
ton met ijs staat, zullen er 'liksporen' te zien zijn, wanneer de
dieren dorst hebben. Verder kan aan de hand van een emmer met water
beoordeeld worden hoe de dorstig de dieren zijn (vallen ze erop aan en
verdringen ze elkaar, of nemen ze een paar slokken en lopen dan weer
weg?).
Opmerkingen:
Runderen zullen slechts bij wijze van
uitzondering in de winter buiten te vinden zijn. Meestal zullen zij
gedurende de winter op stal staan.
Ook schapen hebben vers water nodig.
Afhankelijk van het soort schaap is dit een halve tot twee en halve liter
water per schaap per dag.
Schuilen
Verder hebben de meeste landbouwhuisdieren behoefte aan een plek om te
schuilen tegen koude wind en regen. Een afdak lijkt weliswaar de meest
ideale schuilplek, maar dit is wettelijk niet verplicht. Overigens kan
ook een bossage, heg of houtwal goed dienen als schuilmiddel.
Voor paarden en pony's die aan de stik staan, is enige beschutting een
vereiste, aangezien zij zichzelf niet goed 'warm kunnen lopen'. Maar
ook hier geldt dat dit niet persé een afdak hoeft te zijn.
Lichaamswarmte
Dieren die ook in de nazomer en de herfst buiten gehouden werden,
kunnen ook in de winter buiten blijven (als ze de keuze hebben, zijn
ze ook eerder buiten dan op stal te vinden). Ze beschikken dan
namelijk over een dikke, isolerende wintervacht. De vacht houdt de
lichaamswarmte zo goed vast, dat zelfs een laag sneeuw op de rug van
het dier geen enkel probleem hoeft te vormen.
De bloedsomloop in de poten van landbouwhuisdieren is minimaal,
waardoor er geen lichaamswarmte verloren gaat in de koude grond. De
hoeven of klauwen isoleren nog eens extra.
Gevoelstemperatuur
Bij 'strak' winterweer kunnen dieren die een goede verzorging krijgen
probleemloos temperaturen van tegen 20 graden vorst doorstaan. Een
ander verhaal wordt het als een koude wind staat. Die zorgt er
namelijk voor dat de gevoelstemperatuur algauw sterk daalt. Dit wordt
de 'wind-chill-factor' genoemd. Maar zelfs dan kunnen dieren met een
goede schuilplek prima buiten verblijven.
Dieren in de polder vragen extra aandacht. Deze dieren kunnen niet
altijd beschutting vinden tegen de wind, terwijl dat juist daar zo
belangrijk is. Bovendien is er minder toezicht op deze dieren.
EZELS
Ezels komen uit het mediterrane gebied. Ze zijn derhalve gewend aan
warmte en droogte en kunnen slecht tegen regen. Vorst overleven ze
wel, maar ze krijgen nauwelijks een wintervacht. Voor ezels geldt dan
ook dat een afdak, of beter nog een stal, geen overbodige luxe is.
Helaas niet wettelijk verplicht, maar wel zeer gewenst.
GEITEN
De enige geiten die in de winter buiten zullen lopen, zijn
dwerggeitjes. Zij hebben, net als schapen, weinig water nodig en zijn
redelijk bestand tegen de kou. Beschutting is niet wettelijk
verplicht, maar wel zeer gewenst. Zeker voor geiten die aan de stik
gehouden worden is beschutting belangrijk.
VARKENS EN HANGBUIKZWIJNEN
Ondanks het feit dat deze dieren nauwelijks beschikken over een vacht,
kunnen ze toch goed tegen kou en regen. Hun gigantische speklaag
beschermt ze namelijk prima. Bij strenge vorst moeten varkens en
hangbuikzwijnen wel uit de wind kunnen komen, omdat er dan
bevriezingsverschijnselen kunnen ontstaan aan de huid.
Ook voor deze dieren geldt: enige beschutting (bijvoorbeeld een
afdakje) is wel aangenaam, maar niet wettelijk verplicht.
KIPPEN
Als het kan, kiezen kippen er meestal voor om buiten te zijn. Ze
kunnen goed tegen de kou. Alleen bij regen zullen ze hun hok opzoeken.
Op zich kunnen ze best tegen een buitje, maar ze kunnen er niet tegen
om urenlang in de regen te zitten. Voorwaarden zij ook hier: ruim
voeren en dagelijks vers drinkwater. Verder is een droog en degelijk
nachthok (liefst met stro en zitstokken) gewenst.
Kammen en lellen kunnen bevriezen. Insmeren met vaseline helpt het
bevriezingsgevaar tegen te gaan.
LAMA'S EN ALPACA'S
Deze uitheemse dieren hebben een enorm dikke vacht en kunnen daarmee
ruimschoots tippen aan onze inheemse schapen. Kou en regen doet ze
niets. Wel moeten ze, net als alle andere dieren, een droge lig plek
hebben. Een kaal stuk grond voldoet al, mits het maar droog is.
EMOES EN STRUISVOGELS
Al zou men het op het oog niet verwachten, struisvogels en emoes
kunnen goed tegen kou. Daarentegen kunnen ze niet tegen regen. Ze
hebben namelijk een verenpak dat water opneemt, waardoor ze drijfnat
worden en onderkoeld kunnen raken. Voor deze dieren is het derhalve
noodzakelijk dat zij droog kunnen staan bij regen.
WATERVOGELS
Watervogels kunnen heel goed tegen strenge kou en regen. Het feit dat
bijvoorbeeld ganzen naar het zuiden trekken in de winter, heeft
uitsluitend te maken met het aanbod van voer. Dat is als het hard
vriest en de grond bedekt is met een dikke laag sneeuw namelijk niet
meer voorhanden.
Vogels die vrij leven zoeken zelf hun water en voer. (Enige menselijke
hulp daarbij is natuurlijk prima, bijvoorbeeld door bij te voeren bij
vrieskou, water open te houden en ervoor te zorgen dat vogels niet
vastvriezen.)
Gehouden vogels moeten uiteraard gevoerd worden en dagelijks ten
minste één keer drinkwater krijgen. Zwemwater is niet strikt
noodzakelijk. Een afdak of iets dergelijks is niet nodig.
VOGELS IN VOLIÈRES
Wildzangvogels zijn vogels uit ons eigen klimaat en kunnen dan ook
goed tegen kou, vorst en regen. Hun verenkleed biedt daartegen
voldoende bescherming, zolang ze maar drinkwater en voer krijgen.
Tropische vogels, waaronder ook parkieten en kanaries, moeten in een
vorstvrije ruimte kunnen komen. Met name hun poten zijn namelijk niet
bestand tegen langdurige periodes van vorst. Die ruimte kan een
binnenvolière zijn, maar ook zogenaamde nestblokken voldoen goed.
VIJVERVISSEN
Als de vijver groot is en meer dan 80 centimeter diep, en er zitten
waterplanten in (ook al sterven die gedeeltelijk af in de winter),
hoeven er geen maatregelen genomen te worden. De vijver mag dan gerust
dichtvriezen, want er blijft altijd een gedeelte onbevroren. Vissen
gebruiken in deze periode nauwelijks voedingsstoffen, dus voeren is
niet nodig.
Bijeen kleinere en/of ondiepere vijver zal men voor een wak moeten
zorgen.
LET OP: Nooit een wak slaan, want dit beschadigt het
evenwichtsorgaan
en kan dodelijk zijn!
Ook een grote pol riet kan ervoor zorgen dat het water niet helemaal
dichtvriest.
Indien het hard vriest gedurende langere tijd, en het risico bestaat
dat de gehele vijverinhoud zal bevriezen, moeten de vissen eruit
gehaald worden om bevriezing te voorkomen.
Vissen hebben het niet koud. Dat komt door hun stofwisseling en
bloedcirculatie. Het zijn koudbloedige dieren; ze nemen de temperatuur
aan van hun omgeving.
REPTIELEN
Het overgrote deel van de gehouden reptielen zijn tropische dieren. Zij kunnen niet tegen kou. Het zijn weliswaar koudbloedige dieren, maar ze hebben behoefte aan een warme omgevingstemperatuur. Het zal niet direct dodelijk zijn om een bak met tropische reptielen
enkele minuten in de vorst te zetten (ze nemen immers de temperatuur van de omgeving aan), maar het is zeker af te raden. Hun
stofwisseling raakt ervan ontregeld.
HONDEN
Gezelschapshonden
De meeste honden kunnen heel goed tegen kou en vorst. Wanneer een hond
relatief vrij loopt, bijvoorbeeld op een groot erf of in een tuin, is
enige beschutting voldoende. Te denken valt aan een hok(je),
schuur(tje) et cetera. Een droge ligplaats is wel een vereiste.
Voor honden die slechts enkele uren per dag buiten zijn, is het
bovenstaande niet nodig, mits het droog is.
Een hond die gedurende de winter (ook bij vorst) in een auto
verblijft, heeft geen problemen. Het dier lijdt er niet onder. Gebeurt
het echter vaak, dan kan een afdelingsinspecteur contact opnemen met
de eigenaar om te overleggen of het ook anders kan.
Zwervers
Honden die geheel 'vrij' zijn, zoals zwervers of weglopers, zoeken
zelf beschutting.
Waakhonden
Voor waakhonden (in een kennel of aan een looplijn) geldt het 'Waak-
en heemhondenbesluit'. Hierin wordt een deugdelijk vocht- en tochtvrij
nachthok verplicht gesteld. Het besluit geldt overigens alleen voor
honden die 24 uur per dag als waakhond worden gehouden.
KATTEN
Katten kunnen zichzelf prima redden, ook met kou en vorst. Veel katten
worden 'vrij' gehouden en zelfs als ze nooit in huis komen, zoals
bijna alle boerderijkatten, zoeken ze zelf wel een behaaglijk plekje.
 |